Bij Leading Academic kom ik regelmatig mensen tegen die aangeven last te hebben van het zogenoemde imposter syndroom: het hardnekkige gevoel dat hun successen eigenlijk niet terecht zijn en dat ze vroeg of laat “door de mand zullen vallen”. Dat signaal neem ik serieus en ik vraag dan altijd door. Wanneer speelt dit gevoel? Bij welke taak of rol? En waarin vind je dat je tekortschiet?

Wat ik vaak constateer:

  • Het gevoel speelt vooral bij taken of rollen die nieuw zijn.
  • Hij of zij verwacht deze taken meteen goed te kunnen uitvoeren – en denkt dat anderen dat ook verwachten.
  • Er is de overtuiging dat anderen het beter kunnen.

Herken je dit? Dan kan het helpen om eens naar het volgende perspectief te kijken. 

Leren verloopt in fasen
Wanneer je iets nieuws leert, doorloop je verschillende leerfasen:

  • Onbewust onbekwaam – een heerlijke staat: je weet nog niet hoe complex de nieuwe taak is.
  • Bewust onbekwaam – vaak kom je hier plots in. Je merkt dat de nieuwe taak lastig is. Je vindt dat je het niet goed genoeg doet en kunt het gevoel krijgen dat anderen erachter komen dat je eigenlijk niet competent genoeg bent. Twijfel en schaamte kunnen de kop opsteken.
  • Bewust bekwaam – door vallen en opstaan leer je de taak goed uit te voeren.
  • Onbewust bekwaam – het gaat vanzelf; je kunt het!

Mijn ervaring is dat het imposter-gevoel vooral ontstaat in de fase van bewust onbekwaam. Daarnaast kan het ook optreden in de fase van bewust bekwaam: het ene moment heb je het gevoel dat je een vaardigheid al eigen hebt gemaakt. Terwijl het op een ander moment niet lukt zoals je had verwacht. Juist op dat moment slaat het imposter-gevoel hard toe. 

Psychologiseren helpt niet
Een veelvoorkomend – feminien – patroon in deze fases is psychologiseren: twijfelen, piekeren en gedachten hebben als “zie je wel, ik kan dit niet” of “heb ik wel de juiste keuze gemaakt?”. Dat is zonde, want juist dit ongemak laat zien dat je je ontwikkelt doordat je een nieuwe rol of taak op je hebt genomen.

Nogmaals: het signaal is belangrijk en verdient aandacht. Mijn advies is om er anders naar te kijken. In plaats van te blijven twijfelen, stel jezelf de volgende vragen:

  • Wat is er voor mij nieuw in deze taak of rol?
  • Welke vaardigheid heb ik hierin te ontwikkelen?
  • Hoe kan ik deze vaardigheid leren?
  • Wie in mijn omgeving beheerst deze vaardigheid al en kan mij helpen?
  • Welke training kan ik eventueel volgen om hier meer bekwaam in te worden?

Dit vraagt om een analytische blik op wat je te leren hebt, gevolgd door een concreet plan. Wat kan ik voorbereiden? Op welk moment kan ik oefenen? Wie kan ik feedback vragen? Zo help je jezelf actief door deze leerfase heen. En ja: deze fase blijft bij elke nieuwe rol of taak weer uitdagend.

En het masculiene patroon?
Dat is vaak externaliseren: het ligt aan de begeleiding, de opdracht is onduidelijk, de omstandigheden zitten tegen. Ook dit patroon is niet helpend. Het verschil is dat de lijdensdruk bij het feminiene patroon doorgaans groter is.

Veel succes met het onderzoeken van jouw imposter-momenten.

Hartelijke groet,
Margreet van Rixtel

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.